Column: Paling

Gerookte-paling

Halina Reijn heeft recent voor commotie gezorgd door op social media dikke mensen te vergelijken met zeekoeien. Haar nuancering achteraf, dat het haar niet om hun omvang te doen was, maar om de gezichtsuitdrukking van de vele mensen die haar aanstaren als zij zich in het publieke domein begeeft, was weinig geloofwaardig. Toen ik dit las, moest ik weer denken aan een voorval, nog niet zo lang geleden, toen ik geconfronteerd werd met mijn eigen tekortkomingen.

Ik was op een feestje, en een goede kennis vertelde mij dat hij vroeg naar huis ging omdat hij de volgende ochtend zijn dochter moest ophalen in Volendam. Ik dacht dat hij een grapje maakte en riep spottend: ‘Volendam? Waarom, in godsnaam daar?’’, en ik trok er een vies gezicht bij. Wat volgde was een ietwat pijnlijk moment, toen ik vernam dat de beste man geboren en getogen was in het bekende dorp, en dat het nog steeds de woonplaats was van zijn ouders. Zijn achternaam – Veerman – viel ineens op zijn plek.. Ai, dit was pijnlijk. Ik kon het niet meer goed maken, vreesde ik, maar mijn gesprekspartner liet zeer hoffelijk niets merken van enige ergernis over mijn toch behoorlijk lompe reactie, en nam later op de avond heel vriendelijk afscheid.

Maar mij zat het niet lekker. Waarom reageerde ik zo negatief op Volendam? Het beeld dat ik van Volendammers had strookte niet met het beeld dat ik van mijn kennis had. In Volendam wonen vissers en volkszangers – en geen advocaten. Zo dacht ik erover. Ernstig. Maar al was het inderdaad zo, dat iedereen daar leeft van gezang en de visserij – waarom zou dat dan negatief zijn? Vanwaar mijn spottende toontje en dat vieze gezicht? Nog veel ernstiger!

Het was een hard lesje in nederigheid, deze confrontatie met mijzelf. Ik probeer namelijk heel bewust te leven zonder oordelen, en ik voed mijn kinderen ook zo op: Wees bang voor niemand, kijk op naar niemand, respecteer iedereen die anderen niet schaadt – we zijn allemaal mensen. Ik praat net zo makkelijk en oprecht geïnteresseerd met een stratenmaker, als met een Nobelprijs winnaar in de fysiologie – all people are equal.

Maar over Volendammers had ik blijkbaar wel vooroordelen. Schandalig – zeker voor iemand die zelf in Appingedam is geboren – of all places! Ik schaamde mij diep.

Toen ik mijn kennis een paar weken later weer tegen kwam, op een terrasje in de Jordaan, was alles koek en ei. We dronken wat en we raakten aan de praat met een directeur van een scholengemeenschap in Middelburg, die bij ons aan tafel zat. Hij vertelde dat hij een pied ả terre in Amsterdam aan hield, omdat het voor zijn dochter dan makkelijker was om hem te bezoeken. Het meisje had namelijk een relatie met een Volendammer en woonde ook in Volendam, en dan was Middelburg wel erg ver weg. Ik moest stiekem een beetje lachen. Weer ging het over Volendam! Toen vervolgens ook nog bleek dat de zus van die jongen ons bediende op het terras, en dat zij ook Veerman heette, net als mijn kennis (die inmiddels een vriend geworden is) dacht ik echt even dat ik in de maling genomen werd.

Volendammers zijn overal! Ook in mijn leven, en al heel lang! Met die constatering was mijn vooringenomenheid als sneeuw voor de zon verdwenen. Want zo gaat dat dus: ontmoeting doet vooroordelen verdwijnen; ontmoeting verbroedert.

Ik zal mijn leven beteren. Om mijn vroegere volstrekt onterechte scepsis ten aanzien van Volendam enigszins goed te maken, beloof ik hierbij plechtig dat ik elke week zal kijken naar het televisieprogramma ‘Herrie op de Bosbaan’. Dit programma gaat over een restaurant op fietsafstand van mijn huis. Topchef Herman den Blijker moet de eetgelegenheid van de ondergang redden. Tot mijn groot amusement vernam ik dat het restaurant in eigendom is van de Volendamse familie Schilder! Inderdaad: weer Volendammers! Hoe bestaat het. En wat dapper van ze dat ze meedoen. Ik wens ze alle succes, en als ik kan helpen door af en toe te komen lunchen, dan beloof ik ook dat te doen! Zet ‘m op Volendam!

Leonie Ruiter | leonie@rtva.nl

Foto: WikiMedia