Column: Eén keer per week

een-keer-per-week

Nederlandse taalles geef ik sinds een aantal maanden, aan een jongetje uit Afghanistan. Hij is al zes jaar met zijn gezin in Nederland, waarvan een jaar in Amstelveen. Hij praat goed, ik versta alles wat hij zegt, maar zijn woordenschat is onvoldoende, waardoor hij op school niet altijd begrijpt wat de juf bedoelt. Daardoor maakt hij fouten, en lijkt hij minder intelligent dan hij is. Ik kom er één keer per week. Ik krijg dan een kopje ‘chai’ met wat koekjes en hij leest hardop voor uit het boek dat we samen gekozen hebben. We hebben het erg gezellig, en ik merk dat hij vooruit gaat, qua taal maar hij is ook veel minder verlegen dan in het begin. Toen ik hem vertelde dat ik binnenkort aan een nieuwe baan begin, zag ik meteen zijn bezorgdheid, die gelukkig van korte duur was toen ik hem geruststelde dat onze woensdagen niet in het gedrang komen.

Voor zijn moeder ben ik de enige Nederlandse vrouw die ze af en toe spreekt. Een deel van hun familie woont ook in de buurt, maar spreken allen Dari, een taal die enkel qua uitspraak lijkt te verschillen van het Farsi. Voor haar is het daardoor moeilijk integreren, want taal is de sleutel tot elke samenleving. Ze wil wel graag Nederlands leren maar legt de verantwoordelijkheid daarvoor bij Vluchtelingenwerk. De moeder krijgt net als haar zoon één maal per week bezoek van een Taalcoach en is daar erg dankbaar voor, al vindt ze één keer per week wel wat mager. Ook mij heeft ze mij al een paar maal te kennen gegeven dat de frequentie van mijn bezoekjes aan haar zoon te laag is. Het was ‘beter’ zei ze, als ik minstens twee uur per week kwam.

En daar heeft ze uiteraard gelijk in. Het zou inderdaad beter zijn als ik vaker kwam. Elke dag taalles zou het beste zijn. Maar ik doe dit vrijwillig, ik heb een baan en drie kinderen die ook begeleiding en aandacht nodig hebben, en met wie ik alleen maar op woensdagmiddag thuis kan zijn – de middag waarop ik met haar zoon boekjes aan het lezen ben. Heel even voelde ik een lichte ergernis toen ze mij voor de tweede keer vroeg of ik niet vaker kon komen. Het onaangename gevoel was van korte duur. Het is de moeder eigenlijk niet kwalijk te nemen dat ze het vraagt.

Niemand kiest er vrijwillig voor huis en haard te verlaten, en naar een ander, volstrekt onbekend deel van de wereld te verkassen, zonder dat het noodzaak is. Ook dit gezin kon niet anders. Ze moesten weg, anders had hun zoontje het niet overleefd. En ik vind het niet meer dan vanzelfsprekend dat andere landen deze families opvangen. De aarde is van ons allemaal, en als ik in Afghanistan was geboren en mijn kind zou op sterven na dood zijn, zou ook ik asiel willen kunnen krijgen in een ander land. Organisaties als Vluchtelingenwerk doen er met duizenden vrijwilligers vervolgens alles aan om mensen te helpen met integreren. En dat is broodnodig en zeer lovenswaardig.

Echter, heeft te veel helpen juist het tegenovergestelde effect. Als je vluchtelingen met alles helpt, maak je deze mensen juist niet zelfstandig, maar vleugellam. De moeder van ‘mijn’ Afghaanse jongetje, is na zes jaar al zo gewend aan hulp, dat ze niet eens meer op het idee komt dat een taal leren vooral je eigen verantwoordelijkheid is, en niet dat van het land waar je noodgedwongen naar toe moest verhuizen.

Toen ik voor de tweede keer de vraag kreeg of ik niet vaker kon komen, heb ik haar verteld hoe ik als 19-jarige in Italië verbleef. Ik woonde in Siena, een prachtige stad in Toscane. Ik was er vrijwillig naar toe verhuisd, en volgde Italiaanse taal- en cultuur les aan een universiteit voor buitenlanders, de ‘Università per Stranieri di Siena’. Maar het ging mij niet snel genoeg. De straattaal kreeg ik maar niet onder de knie. Daarom kocht ik elke dag een Italiaanse krant, die ik met behulp van een woordenboek helemaal uit las. Drie uur per dag deed ik er over, maar dat was mijn manier om mijn woordenschat uit te breiden. De moeder vond het een ontzettend goed idee. Ze beloofde dat ze haar zoontje zou aansporen elke dag voor het slapen gaan een uurtje te lezen, en als ik haar kon helpen een woordenboek Dari/Farsi-Nederlands te vinden zou ook zij de krant gaan lezen.

Met een voldaan gevoel reed ik naar huis. Eén keer per week is meer dan genoeg.

Leonie Ruiter
Email: [email protected]
Twitter: @Lilaleoschrijft

Foto van Leonie zelf