Column: Sneeuwballen

Hierbij wil ik alsnog, na een jaar of 32, mijn excuses aanbieden aan alle automobilisten die wij -mijn vriendjes en ik- toentertijd een lichte hartverzakking hebben toegebracht als wij bij voldoende sneeuw achter hun auto gingen hangen en ons zo door de wijk lieten ‘vervoeren’.

Dagenlang hingen wij bakkie, op onze kaplaarzen want die hadden van die gladde zolen, en lieten ons zo over de straten van Waardhuizen slepen, of als je mazzel had zelfs helemaal richting Groenhof. Onze handen vastgeklemd achter de bumpers, of zelfs aan de wielkassen, met z’n drieën of vieren tegelijk, lachend, gierend. Elkaar onderuit trappend en altijd oppassen voor de putdeksels, daar lag nooit sneeuw op, want die zijn verwarmd door het onderliggende riool.

We verstopten ons achter geparkeerde auto’s, wachtend op ons volgende slachtoffer. Zodra hij of zij ons passeerde namen we een sprintje achter de auto aan, glibberend en glijdend, om de bumper te pakken zien te krijgen en in hurkpositie mee te glijden tot, ja, tot waar de auto ook maar ging. En als je het dan niet haalde, werd je uitgelachen door je vriendjes die wél achter de auto hingen. ‘Doei, tot straks!’

Er waren automobilisten die het níet zo’n goed idee vonden dat er een stel pubers achter hun auto gingen hangen. Zij gingen dan of heel hard remmen (lukt niet, want sneeuw), of heel veel gas geven (lukt niet, want sneeuw, en bovendien vonden we dat juist tof).

Zo herinner ik me ook een vrouw die met ons in discussie wilde. We hadden de weg geblokkeerd met een hekje, zo’n uitschuifbaar hekje wat je normaal gesproken voor het trapgat zet, maar wij gebruikte het als een soort slagboom: auto’s moesten wel langzamer gaan rijden. Dat gaf ons net iets meer tijd om achter de auto’s aan te rennen, maar deze dame had ons gespot en trapte op haar rem. Ze stapte uit.

“Jongens, ik vind dit niet leuk. Ik vind het geen goed idee dat jullie…”

Op dat moment zie ik één van mijn vriendjes een volle sneeuwschep, gevuld met verse sneeuw, over haar dak heen gooien, waarna alle sneeuw bij de dame in kwestie vól in haar gezicht terecht kwam. Ze stond er wat beteuterd bij.

Mijn excuses. Ik besef me nu dat dat niet heel erg netjes was, om het maar mild uit te drukken. En we renden nog weg ook, helden die we waren. Maar we hebben wel gelachen! Sorry.

We hebben ook een keer een man zó boos gemaakt dat hij expres heel veel gas ging geven. Dat eindigde niet zoals hij wilde: zijn auto slipte door en belande niet onzacht tegen een lantaarnpaal. We hebben toen weer gerend, en gelachen. Sorry.

Gisteren sneeuwde het weer in Amstelveen. Ik ben gaan wandelen, het was heerlijk. Ik moest ook een stukje rijden, uit nood geboren. Mijn wederhelft kwam van Schiphol met het openbaar vervoer, had daar al iets te lang over gedaan, dus pikte ik haar even op bij het busstation.

Toen we eenmaal op de terugweg bij ons huis de bocht uitreden, stonden er, net voorbij onze inrit, twee jongetjes met laarzen aan, keurig op de stoep, te wachten op passerende auto’s. Op de weg hadden ze sneeuwballen neergelegd, in de hoop dat automobilisten er overheen zouden rijden. Dat was supercool, want jongensdingen. Ik stopte, vlak voor mijn inrit, keek naar ze en zag mezelf staan, 32 jaar geleden. Ik zwaaide, ze zwaaiden terug en wenkten naar me. Ik zag ze roepen: “Meneer, meneer, wilt u over onze sneeuwballen heenrijden?!”

Ik ben er niet overheen gereden. Ik sloeg rechtsaf ons hofje in, keek nog een keer naar ze en zwaaide. En nu heb ik daar spijt van. Spijt dat ik er niet overheen gereden ben. Ik liet de twee jongens teleurgesteld achter. Ik had ze een groot plezier kunnen doen door gewoon even door te rijden en hun sneeuwballen te pletten. Maar ik deed het niet.

Vandaag voel ik mij alsof ik een enorme hap sneeuw in mijn gezicht gegooid heb gekregen. Ik kijk naar de nu smeltende sneeuw, en sta er beteuterd bij. Kans voorbij.

Hugo Baudert

Hugo Baudert, uit het mooie wijnjaar 1970, is een echte Amstelvener. Geboren op de van Heuvengoedhartlaan, opgegroeid in Waardhuizen en rondgezworven door het Oude Dorp en Westwijk, even uitgevlogen richting Amsterdam, is hij nu geland in de Bankrasbuurt.

Het grootste deel van zijn leven werkzaam ‘in de reclame’, heeft hij wat lopen klooien met hout, tapte hij biertjes maar is hij nu als zelfstandig copywriter aan het werk. Dat doet hij met  www.verhaalmeteenbaard.nl. Onbescheiden zegt hij: ,,Ik ben gewoon dé creatieve geest die elk bedrijf nodig heeft.” Jij zegt het Hugo!