Column: Ome Toon Celie

,,Jon is een lief mannetje, maar erg druk en snel afgeleid,” of iets soortgelijks stond vanaf 1974 op ieder rapport dat ik kreeg. Dertien in totaal.

Bij de keuze voor mijn eerste sport werd daar rekening mee gehouden. Judo, dat zou helpen. Zinvolle sport, en nog steeds een toverwoord voor het gemiddelde kind met een adhd-achtige achtergrond. Op woensdagmiddag ging ik daarnaast naar het Cultureel Centrum voor toneelklas want ,,Jon staat graag in het middelpunt van de belangstelling.”) Overactief bleef ik.

Ik moest dus op zoek naar iets nieuws, tenminste, dat moesten mijn ouders. Geloof het of niet, in deze huidige tijd waar ouders op weg naar sterrendom en financiële onafhankelijkheid met bloeddoorlopen ogen bloedserieus omgaan met de voetbalcarrière van hun zesjarige zoon, toen konden kinderen pas op hun achtste lid worden van een voetbalvereniging.

Sint Martinus, gezegend met een locatie waar eigenlijk de Amstelveense ‘goudkust’ mee uitgebreid zou worden, was de club waar ik vanuit mijn kinderkamertje op uitkeek. Ik had niet echt een echt idee wat ze daar uitvoerden. Maar ik was ook niet echt doordrongen van het feit dat Oranje er net weer ingetuind was. Mijn moeder vond het toch een goed idee om eens langs te gaan op de woensdagmiddag en zo geschiedde.

Heel gek eigenlijk, Sint Martinus was een kleine katholieke volksclub die als een van de eerste trainingen en wedstrijdjes ging organiseren voor kinderen van zes en zeven jaar. Het zal iets te maken hebben gehad met de lift waarin het Nederlandse voetbal zat en een zeker opportunisme wat de club verder volkomen vreemd was.

Het is die eerste training die nog altijd in mijn geheugen zit. Een kleine, kalende man in een strak trainingspakje gaf mij een hand en maakte in een onvervalst plat Amstelveens accent grapjes en liet mij gewoon mijn ding doen. Een soort rugby zonder dat ik de bal met mijn handen pakte. Maar steevast belande het stuk leer toch in het kleine rechthoekige ijzer met een netje dat hij mij had uitgelegd als het uiteindelijke doel. Ik mocht blijven!

De opvolgende jaren was deze man mijn trainer en samen met hem en nog zo’n twaalf andere kereltjes werden we langzaam een team dat iedere zaterdagmorgen op het veen probeerde te winnen. Bijna altijd met plezier, regelmatig met succes en nog regelmatiger afgelast. Ko Koekoeks ‘Sint Martinus 2e veld’ op Stad Radio Amsterdam was een bekend begrip

We moesten twee keer in de week trainen; Ome Toon was er. Velden droog houden en controleren; Ome Toon was er. Kleedkamers ontsmetten, douches aan de praat houden, ballen oppompen en bij mij uit de tuin halen; Ome Toon stond altijd klaar.

Bij een winnende goal vloog zijn hoedje in de lucht en wanneer er een kampioenschap gevierd kon worden zelfs zijn eeuwige sigaar erachteraan.

Toon Celie, kind uit een enorme grote familie waarvan de naam met grote regelmaat opduikt in ons uit de kluit gewassen dorp en die indertijd vrijwel allemaal verbonden waren aan deze club. De kurk waarop Martinus jaren bleef drijven in het zompige veengebied.

Zonder types als Ome Toon hebben dit soort verenigingen eigenlijk helemaal geen bestaansrecht. Iedere echte club heeft er een of meer rondlopen. En als de nood hoog was, was de tandem Frans Ariens (scheids) en Ome Toon (vlagger) niet te beroerd om zééér correct te fluiten en te vlaggen… Ook dat hoort bij een echte club.

Ik ben Ome Toon niet eeuwig trouw gebleven. Op mijn vijftiende zocht ik het geluk hogerop bij NFC maar kwam toch ook tot twee keer toe weer terug bij –inmiddels- Sporting Martinus. Toch is één ding mij duidelijk, het plezier en het spel begon bij hem, bedankt Ome Toon.

Jon-patrick Terleth

Jon is geboren op de Prof. Lorentzlaan maar dat bleek geen garantie voor een universitaire studie. Opgegroeid aan de Amsterdamseweg is hij uiteindelijk gestrand in de Patrimoniumbuurt. Nu is hij vader van vier kinderen en getrouwd met een meisje van het schildersbedrijf van 300 meter verderop.
Nee, avontuurlijk is hij niet. Hij heeft gewerkt voor o.a. Intermediair, Elseviers Nursing, Donald Duck & VTWonen. Maar sinds 2005 is hij de (mede-)bedenker en eigenaar van Spokk, de lasergame voor kinderen, misschien wel de grootste publiekstrekker per vierkante meter van Amstelveen.