Column: Feest!

Mijn rode wangetjes staken schril af tegen mijn wit geblokte blouse. Ik stond daar, plots, met drie camera’s op mij gericht, verslag te doen van de verkiezingsuitslag, en ik voelde de lampen op mijn gezicht prikken. Het werd voor mij een avond om nooit te vergeten.

Lichtelijk nerveus parkeerde ik mijn fiets keurig in het rek naast de ingang bij het gemeentehuis. Ik deed nog een poging om een brandend achterlicht van een fiets naast mij uit te knippen, maar de lamp was voor mij lastig te begrijpen: hoe goed ik ook zocht, ik vond geen schakelaartje. Pokkeding, branden zal je!

De dame van de receptie, of heet dat griffier bij de gemeente, ik weet dat nooit en waarom moet dat ook anders heten, drukte op een knopje om de deur voor mij te openen die naar het trappenhuis leidde. Ik liep omhoog, opende een deur en sloeg linksaf, de gang door, richting de raadzaal, het walhalla van ons stadhuis. Ik moet zeggen: je komt er niet vaak.

Mede-enthousiastelingen van het onvolprezen RTVA waren al aanwezig en druk bezig om allerlei kabeltjes en beeldschermen en stekkertjes en microfoons en lampen en nog meer kabeltjes en stekkers met elkaar te verbinden, en Harm Jan, de altijd vrolijke gastheer van de avond, stond al stiekem zijn tekst te oefenen.

Hij bood mij koffie aan, drukte op een knop, en één cappuccino later kwam Ernst Jan binnenwandelen, eind-, hoofd-, regie- en alleenheerserredacteur van uw lokale tv-zender. Niet te geloven wat deze man allemaal doet voor dit kleine stationnetje, waar je het toch moet hebben van vrijwilligers en gekken zoals ik, Ernst is er altijd en dat is prima. Meer dan dat, maar ik moet oppassen dat hij niet naast zijn schoenen gaat lopen, bescheidenheid siert de man en wie ben ik om hem uit die rol te trekken. Precies.

Uurtje voorwaarts: de uitslag van Amsterdam kwam binnen, daar werd op gewacht, en direct daarna kwamen wij er live in. Harm Jan nam het woord, verwelkomde de kijkers (ik heb gehoord dat het er, op het hoogtepunt, zo’n 15000 waren! Nee echt! Kijkt u ook eens, de moeite waard!), en toen kon het gebrabbel beginnen. Vooral van mijn kant dan, totaal bleu en onervaren en nieuw stond ik daar, met nog steeds dat licht zenuwachtige gevoel. Het was toch mijn tv-debuut weet je wel!

Gelukkig verdween dat gevoel al snel: de twee ervaren tv- mannen stelden me op mijn gemak, en het gebrabbel veranderde al snel in fijn gekeuvel. Ook omdat ik wist dat ik de rol als side-kick zou delen met Jeroen, zo iemand die je niet persoonlijk kent, maar waar je wel van gehoord hebt, en waar de klik meteen goed mee is, zó iemand! En dat scheelde, nu kon ik, als hij op de stoel ging zitten, mijzelf een biertje inschenken, en dat ontspande mij net genoeg om mij niet meer druk te hoeven maken over wat ik aan welke politicus op welk moment moest gaan vragen.

Mocht je inmiddels denken, waar gaat dit verhaal heen, wees gerust. Blijf lezen.

Komt-ie.

Welke politicus er ook aan tafel kwam zitten, wie we ook spraken, ongeacht de uitslag, ze hadden állemaal gewonnen. Ook al hadden ze verloren.

Heel gek, ik verlies ook wel eens een hockeywedstrijd, en dan hebben we verloren. Ja, gebeurt. Bij politici werkt dat anders. Zij verliezen één of twee zetels, maar hebben dan tóch gewonnen omdat ze hadden verwacht méér te verliezen. “Aah, mooie pot man! Ja, wel 7-1 verloren, maar ik dacht dat het 13-0 zou worden, dus gewonnen!”

Nee. Politici niet. Zij winnen altijd, het is bij hen altijd feest. Ok, ik geef gelijk toe, de heer van het CDA kwam nog het dichtst bij de woorden “we hebben verloren.”, alhoewel hij het niet letterlijk zo zei, maar hij gaf het tenminste toe: “We verliezen wat.”

Ok, zo werkt dat dus. Kijk, die ene zetel winst van de VVD werd gevierd alsof dat “gewoon” was, “natuurlijk winnen wij een zetel”. Hoogmoed komt voor de val, zullen we maar zeggen. En die ene zetel verlies bij de D66 werd letterlijk met gejuich ontvangen. Écht, de “WHOE HOE!”s galmden door de zaal! En ik kan het weten, ik was erbij. Ze hadden een groter verlies verwacht, dús gewonnen!

Maar de grootste verliezende winnaar van de avond was Percy de Huppeldepup (ik heb niet eens zin om hem te googelen) van de OCA, de Ouderen Combinatie Amstelveen. Hield 1 zetel over en vond dat toch winst, want “nadat zijn cluppie vorig jaar uit elkaar viel hadden ze er eerst nog twee, maar dat werden er nul, en nu toch weer één, dus winst hahaha!” Wat een slap gelul. Misschien mag ik dat niet zeggen, maar ik doe het toch: wat een slap gelul! Sowieso was Percy niet heel overtuigend, hij praat zonder zijn woorden kracht bij te zetten, áls hij al praat, want zelfs tijdens het lijsttrekkersdebat kan hij zijn mond houden, verschuilt hij zich achter zijn spreekgestoelte en ín zijn te ruim zittende colbert! En ook dit kan ik weten, ik was erbij!

Het is heel jammer: juist op het moment dat ik hem het vuur aan de schenen legde, viel de stroom uit en is mijn interview (of beter: mijn ondervraging) voorgoed in de ether verdwenen om nooit meer teruggevonden te kunnen worden. Maar het gesprek zit nog in mijn hoofd. Laat ik het zo zeggen: mijn energie botste nogal met die van Percy.

Ik hoop op een vervolg van dit eerste tv-optreden. Ik vond het oprecht heel erg leuk, heb aardige kerels leren kennen (vergeef me, volgende keer onthoud ik jullie namen ook, cameraman en regisseur. En Rens. En Grady), en was het bovendien ook erg gezellig. Ik hoop dat jullie dat ook vonden.

En voor u? Volg RTVA online en op social media en houdt uw lokale zender in de gaten. Ik beloof u binnenkort een rematch tussen mij en Percy.

Hugo Baudert

Hugo Baudert, uit het mooie wijnjaar 1970, is een echte Amstelvener. Geboren op de van Heuvengoedhartlaan, opgegroeid in Waardhuizen en rondgezworven door het Oude Dorp en Westwijk, even uitgevlogen richting Amsterdam, is hij nu geland in de Bankrasbuurt.

Het grootste deel van zijn leven werkzaam ‘in de reclame’, heeft hij wat lopen klooien met hout, tapte hij biertjes maar is hij nu als zelfstandig copywriter aan het werk. Dat doet hij met  www.verhaalmeteenbaard.nl. Onbescheiden zegt hij: ,,Ik ben gewoon dé creatieve geest die elk bedrijf nodig heeft.” Jij zegt het Hugo!