Column: Spelvreugde

Toen-ie zijn eerste woordjes nog moest zeggen, heb ik echt uren boven zijn box en wiegje gehangen en hem duizenden keren het woordje ingefluisterd. ‘Papa… pa-pa… zeg dan… papa… pa-pa…’. Ik heb ook nog een tijdje ‘de allerliefste papa van de héle wereld’ geprobeerd, maar ik denk dat dat iets te ambitieus was voor zijn leeftijd. Ze zal het niet toegeven, maar ik verdenk mijn vrouw ervan dat zij precies hetzelfde heeft gedaan met de mama-variant. Dat z’n eerste woordje ‘Bal’ was, was voor ons dan ook een kleine teleurstelling en papa en mama wisten meteen waar ze stonden in zijn pikorde.

Onze zoon is dus helemaal gek van voetbal en eerlijk is eerlijk, hij is er eigenlijk nog vrij handig in ook. Bij sommigen slaat talent dus inderdaad weleens een generatie over. Hij kan vooral hard schieten. Heel erg hard zelfs voor een ventje van acht. En bij elke eerste keer in een wedstrijd dat-ie op doel schiet, houd ik mijn hart vast dat er geen tegenstandertjes worden geraakt of huilend van het veld moeten worden gedragen. Alleen bij de eerste keer houd ik mijn hart vast hoor. Elke keer dat-ie daarna op goal schiet, hadden ze kunnen weten wat hen te wachten stond. Kwestie van hem niet meer laten schieten of in het ergste geval op tijd bukken.

‘Later word ik profvoetballer. Eerst bij Ajax en daarna bij Real Madrid en Barcelona. En dan mogen jij en mama bij mij komen wonen in Spanje.’ Ik glimlach en ben al lang blij dat ik niet hoef te verhuizen naar Rotterdam. Toen die club uit 010 vorig jaar kampioen werd, sloeg deze zoon van een Ajacied als een blad aan een boom om en was hij plots een groot fan van de landskampioen. Pas toen ik dreigde om zijn Ajax-tenue, Ajax-dekbed én Ajax-spaarpot (met inhoud!) op Marktplaats te zetten, keerde de rust weer enigszins terug in Huize Franken. Ook deze papa heeft nou eenmaal zijn grenzen.

Een paar weken geleden kregen we een mailtje van de Roda’23. Bob was uitgenodigd voor de trainingen die de selectie voor volgend seizoen zouden bepalen. Enigszins trots en verrast keken mijn vrouw en ik elkaar aan. Voor een heel kort moment waanden wij ons de ouders van een toekomstig profvoetballer en droomden we weg bij een strandhuis in Barcelona of een penthouse in Madrid. Toen mijn vrouw over 010 en een flatje in Kralingen of Schiedam begon, stonden we weer met beide benen op de Amstelveense veengrond.

‘Bob, kom eens. We hebben nieuws voor je. Weet je nog dat we het hadden over de trainingen voor volgend seizoen? En dat als dat goed gaat, je misschien volgend jaar wel in het eerste of tweede elftal mag voetballen?’

Het enthousiasme dat wij hierover hadden, was bij hem geen moment te bespeuren. ‘Ik ga alleen bij de selectie voetballen, als mijn vrienden ook mee mogen doen. En anders ga ik mijn vrienden trainen, zodat zij ook bij de selectie mogen voetballen’. Een voor ons nogal verrassend antwoord, maar wel het allermooiste antwoord dat je als ouders kunt wensen. Wel willen presteren, maar tegelijk ook belangrijk vinden hoe en met wie je dat doet.

Ik weet niet of u wel eens een selectietraining heeft meegemaakt, maar voor mij was het dus de eerste keer. En ook een eerste keer om niet snel te vergeten. Normaal gesproken zijn er tijdens trainingen een paar ouders langs het veld te vinden, maar bij selectietrainingen hebben opeens heel veel ouders wel tijd en interesse om aanwezig te zijn. En in aanwezig, bedoel ik niet de passieve variant als in zwijgzaam langs de lijn. De hooggespannen verwachtingen van sommige ouders naar hun kinderen, waren duidelijk voelbaar, zichtbaar en hoorbaar. Bij zowel de ouders als bij de kinderen. En als een sullige vader die de beperkingen van zijn eigen kind vrij goed kent, aanschouw ik hoe mijn zoon tekort komt voor de selectie en wat hooggespannen verwachtingen doen bij andere kinderen, ouders en trainers. Laten we het maar op houden dat sommige ouders dat strandhuis in Barcelona of dat penthouse in Madrid, een heel stuk serieuzer nemen dan dat wij dat thuis doen.

Aan het eind van de training op deze bloedhete maandagmiddag, worden de 40 uitgebluste en oververhitte jochies toegesproken door de trainer. Op zijn vraag ‘vonden jullie het leuk en zijn jullie er woensdag weer bij?’ klinkt er uit 39 keeltjes een volmondig ‘Jahaa!’ en uit 1 keeltje een duidelijk ‘Nee!’ De ogen van de trainer speuren de groep af en vinden mijn zoon. Op zijn vragende blik heeft mijn zoon een duidelijk antwoord; ‘Ik vond het niet leuk en het is mij te heet om te voetballen…’. Langs de lijn gaat een schok van ongeloof en ik moet mijn vrouw straks maar gaan vertellen dat de verhuisplannen voor Barcelona of Madrid nog even uitgesteld moeten worden.

Terwijl hij mijn richting op sjokt, voel ik in mijn rug het onnodige medelijden dat sommige ouders langs de lijn met mij hebben. Op mijn vragende blik reageert hij met ‘Jij zegt toch altijd dat ik eerlijk moet zeggen wat ik vind. Nou, ik vond het niet leuk en ook veel te heet om te voetballen.’ En ik kan hem alleen maar gelijk geven en dat doe ik dan dus ook. Naast mij grinnikt een opa en fluistert zachtjes ‘oh, die komt er wel’ in mijn oor. Met een grijns draai ik mij naar hem om en fluister zachtjes ‘dat denk ik ook wel’ in zijn oor. Hand in hand loop ik met mijn zoon terug naar de auto. Hand in hand langs allerlei ouders die hun kind vragen waarom ze hun best niet hebben gedaan of waarom ze niet meer doelpunten hebben gescoord. Ik wens ze nog een fijne avond, maar ik geloof niet dat iemand mij hoorde.

Thuisgekomen vertel ik mijn vrouw dat we Barcelona en Madrid voorlopig maar even moeten vergeten. Ze glimlacht en is geen moment verrast of teleurgesteld. Achter mij hoor ik een luid en enthousiast ‘Doei pap, ik ben met m’n vrienden op het veldje voetballen’ en de deur valt hard in het slot. Mijn ‘veel plezier!’ krijgt-ie daardoor niet meer mee, maar heeft ie waarschijnlijk ook helemaal niet nodig.

Jeroen Franken

Jeroen Franken (1969) noemt zichzelf een Beroeps-Amstelvener van de 4e generatie. Als zoon van een duivenmelker zag ie ze vliegen in de Oude Karselaan, vloog ie zelf uit naar het Uilenstede, Keizer Karelpark en Middenhoven, maar is alweer jaren geleden in de Westwijk geland, samen met Natasha en hun zoon Bobby.

Als ondernemer en ‘online druktemaker’ doet hij iets met Social Media, mag hij zich Officieel LinkedIn Ambassadeur noemen en is hij ‘bestuurslid op sneakers’ bij de Ondernemersvereniging Amstelveen. Bij voorkeur spreekt, traint en schrijft hij over social media, LinkedIn en ondernemen, maar voor RTVAmstelveen schrijft hij graag over ‘zijn’ Amstelveen.

(follow via @BlueFishConsult & info via DeLinkedinExpert.nl)