Column: Trekkers

Ik zocht een plekje, helemaal rechts, direct naast de trap. Mocht ik willen vluchten: vanaf deze plek wist ik in ieder geval zeker dat dat zou lukken. Om mij heen een gemengd, maar wel heel erg blank publiek. Oudere mannen met groene sjaaltjes, of oranje, vrouwen met een CDA button en politiek actieve jongeren. Tenminste, dat denk ik, want waarom zou je anders op je 22e voor je lol naar een lijsttrekkersdebat gaan, vroeg ik mij af.

Maar ik zat er ook, alhoewel ik allang geen 22 meer ben, en naarmate de klok richting 8 ging, kwamen er meer mensen binnen. Een vriendelijke oudere dame vroeg of ik de stoel naast mij bezet hield, ik zei ‘Ja, voor u’, en zij zei ‘Dank u vriendelijk!’ Ik hielp haar bij het zoeken naar de juiste website waarop wij en alle overige geïnteresseerden onze mening konden geven, we moesten een code invullen, en het werkte. Om het systeem toch even te testen vulde ik bij de eerste vraag ‘Gaat u stemmen?’, nee in. Het werkte echt: er was één nee-stemmer.

De lijsttrekkers werden door een prima alles aan elkaar pratende host met kekke schoenen aan ons voorgesteld, en toen de heren en één dame hun voorstelminuutje hadden gehad, kon het trekken beginnen.

Voor mij persoonlijk was het de eerste kennismaking óóit met politici. Lokale, dat dan weer wel. En het waren net gewone mensen. Ze waren het wel of niet met elkaar eens, vaak niet, maar dan toch weer wel, ze gaven elkaar constant handjes en er werd zelfs een knuffel gegeven. Echt getrokken werd er dus niet door de trekkers. Hooguit wat geduwd.

Het publiek, inclusief ikzelf, klapte of riep boe, maar altijd beschaafd, precies zoals je van blanke Amstelveners mag verwachten. Soms klapten we voor de trekker van BBA, of voor de trekster van D66, en mompelden we binnensmonds wat als de AVA-trekker iets zei waar we een beetje om moesten lachen. Het was allemaal heel braaf. Mij iets te braaf. Er werd heel veel met elkaar opgetrokken, maar geen van allen trok een ander helemaal naar beneden. De meneer van het PvdA sprak heel duidelijk, die van de VVD op z’n VVD’s (en hij twijfelde bij een paar stellingen net iets te lang met het geven van een eens/oneens antwoord, wat je als trekker van je partij in deze fase van de strijd volgens mij wel op orde moet hebben), de meneer van de SP was heel stellig maar ja, gek petje, en de dame van de D66 deed op zijn allercharmantst een poging harten te stelen.

Vuurwerk werd het nooit. Of het moest zijn dat meneer de VVD’er het had over ‘de boemerdeboemmuziek die elke zomer uit het Bos klinkt en dat is iets wat we niet moeten willen’, maar échte knallen hoorden we niet. De meneer van OCA hield bij elk debat zijn mond, de meneer van de CU gooide niet veel in de strijd en werd goede tweede in de categorie ‘slechtst geklede politicus van Amstelveen’, direct achter het rode petje met bijpassend shirt van de SP, en de meneer van AVA zei iets te veel  ‘…euh.’

Maar Hugo, was er dan helemaal geen enkele opwinding? Nee. Of het moest komen van de dame in het publiek die ongevraagd interrumpeerde, iets wat ten strengste verboden was want mocht niet, maar het was in mijn ogen vooral gezapig. Heel. Erg. Gezapig. Geen van de trekkers trok mij over de streep, en dus zweef ik nog.

‘Gaat u stemmen?’ Mijn eerdere antwoord blijkt wellicht toch meer dan een test.

Hugo Baudert

Hugo Baudert, uit het mooie wijnjaar 1970, is een echte Amstelvener. Geboren op de van Heuvengoedhartlaan, opgegroeid in Waardhuizen en rondgezworven door het Oude Dorp en Westwijk, even uitgevlogen richting Amsterdam, is hij nu geland in de Bankrasbuurt.

Het grootste deel van zijn leven werkzaam ‘in de reclame’, heeft hij wat lopen klooien met hout, tapte hij biertjes maar is hij nu als zelfstandig copywriter aan het werk. Dat doet hij met  www.verhaalmeteenbaard.nl. Onbescheiden zegt hij: ,,Ik ben gewoon dé creatieve geest die elk bedrijf nodig heeft.” Jij zegt het Hugo!